Gezien: Kathmandu Triënnale (2)

Gepubliceerd op: 26 March 2017

 Honest and humble

 
De Kathmandu Triënnale blijft op haar elan doorgaan (het eerste deel van ons verslag ter plaatse leest u elders op deze site): het is een bewust ‘nederig’ evenement, waar de kunstenaars zich engageren om de burgers te betrekken bij hun werk. Er zijn geen ‘blockbusters’, behalve dan misschien Francis Alÿs, maar die is en blijft de bescheidenheid zelve.
Wat de betrokkenheid betreft: die straalt af van het grootste en meest spectaculaire werk dat in Kathmandu te zien is: de monumentale ingreep van de Nepalese kunstenaar Amrit Karki. Die kwam geregeld in de universiteitswijk van de stad, waar huizen tegen de hellingen opgebouwd worden en de gevels kleurrijk geschilderd zijn. “Ik dacht: waarom zou ik de stad zelf niet als canvas nemen?”, zo zegt Karki. Hij nam contact op met zo’n dertig eigenaars van appartementen op een helling en vroeg hen de toestemming om hun gevel rood te mogen schilderen. Door de gevels gericht te kiezen kon hij zo een prachtige rode rechthoek creëren (foto), die zelfs vanuit het vliegtuig te zien is. ‘Rectangle’ heet het werk, en het wordt wellicht een internationale blikvanger. Twee eigenaars weigerden hun medewerking, zodat de linker onderhoek ontbreekt, maar 28 anderen zegden dus toe, wat wel wat zegt over de betrokkenheid tussen kunst en stad.
Er zijn nog boeiende dingen te zien in Kathmandu. Zo laat Bart Lodewijks overal in de stad zijn bekende krijtsporen na en doet Belu Simion Fainaru iets gelijkaardigs, met de al genoemde handdoekringen, met een Nepalees hoedje gevat in een oude stenen sokkel, met Roemeense en Israëlische muntstukjes (die hij bij aankomst toevallig op zak had) te verwerken in oude Nepalese religieuze beelden enzovoorts. Ricardo Brey vond in het Patan Museum eindelijk de ideale locatie voor een werk dat hij al lang wilde uitvoeren: hij strooide honderden mussen in klei uit voor een schrijn (‘Dust Bathing’).
Vogels zijn belangrijk in Nepal en dat uit zich in het meest verstilde werk op deze Triënnale: het ‘vogelboek’ van Heide Hinrichs, opgebouwd uit naturalistische tekeningen van alle Nepalese vogelsoorten, tussen 1830 en 1857 uitgevoerd door Nepalese tekenaars, onder leiding van de 19de-eeuwse Britse antropoloog Brian Hodsgon. Het boek werd uitgeleend door het Natural History Museum in Londen en vormt de kern van Hinrichs’ installatie.
 
-gem en -pur
Gery De Smet maakte een maquette die hij ooit in het groot wil uitvoeren: het is een variante op het werk dat hij in België maakte met naamborden van alle Vlaamse gemeentes die op -gem eindigen (Zwevegem, Edegem, Waregem…) Hier doet hij het met -pur.
Sourganga Darshandari gaat op een andere manier om met het ‘banale’: zij gebruikt de ‘purse’ of portemonnee van haar moeder als leidraad voor een reeks prachtige etsen. Ook Kasper Bosmans gaat op zijn typisch semantische en deconstruerende manier om met het plaatselijke culturele verleden: drie grote kookpotten uit de Mewari-cultuur liet hij versieren met lokale robijnen en saffieren (symbool voor de vele pigmenten die ze hier gebruiken). En door een plaatselijke koperslager, die ook meewerkt aan de heropbouw van de verwoeste tempels in de stad, liet hij een kleine ‘bulbous bow’ of scheepsboeg slaan, die de schepen sneller door het water laat klieven. Het beeld staat voor mondiaal transport en globalisering, van de Middellandse Zee (de Romeinen waren de uitvinders van zo’n boeg) tot het verre Azië …
Over een heel andere ‘banaliteit’ gesproken: ook in Bengalen duiken meer en meer gesluierde vrouwen op, dank zij de oprukkende Arabische cultuur. De Bengalese Tayeba Begum Lipi ziet dat met lede ogen aan: zij maakte een installatie met een video waarin zij een hibab draagt, vervaardigd uit … scheermesjes. Ze probeert zich mesje na mesje te ontsluieren, de symboliek is duidelijk.
Opvallend: weinig of geen schilderkunst op deze Triënnale. Net daardoor valt Carole Vanderlinden op, met een ‘tentoonstelling in een tentoonstelling’: ze kocht ter plekke houten panelen, de meeste in slechte staat, en beschilderde ze in olieverf met motieven, gevels, interieurs: het zijn prachtige werken, het verweerde hout als canvas past wonderwel in deze gekwetste, maar fiere Nepalese context. Vanderlinden blijft enerzijds abstraheren, maar haar figuratieve werkt toont meer en meer details, een potentieel voor de toekomst. Haar werken zijn een van de weinige die naar huis getransporteerd zullen worden. Ze verdienen een tweede tentoonstelling in België.
Ten slotte: performance is een essentieel onderdeel van deze Triënnale. Daarvoor is Rashmina Ranjit verantwoordelijk: ze is heel bekend in eigen Nepal-land, omdat ze geëngageerde en feministische standpunten inneemt, met ritualistische insteek. Tijdens de Triënnale organiseert ze verschillende performances met kunstenaars uit de hele wereld, onder wie de Belgische Marie Julia Bollansee.
De atmosfeer van gedrevenheid en betrokkenheid in deze eerste uitgave van de Kathmandu Triennale is getekend Philippe Van Cauteren. Maar het zijn ook de kunstenaars die letterlijk met lege handen aankwamen en, met de hulp van hun buddies en de stad, een fijn en eerlijk evenement hebben opgebouwd. Een les voor de pretentie en megalomanie van sommige andere biënnales, en voor herhaling vatbaar.
 
Marc RUYTERS
Fotogalerij