State of the Arts 2017

Gepubliceerd op: 26 January 2017
Zondag 17 januari jl. had Art’s Birthday plaats in het Antwerpse M HKA. De dag ontstond door toedoen van Fluxus-kunstenaar Robert Filliou, die in 1963 zijn eigen verjaardag tot de officiële geboortedag van de ‘kunst’ uitriep. Dit statement in een Parijse bar groeide uit tot diverse Art’s Birthday-feesten wereldwijd. Tom Barman, muzikant, filmmaker en frontman van dEUS, sprak in het M HKA volgende ‘state of the arts’ uit.
 
‘Eerst en vooral: Happy Birthday, Art. En dan bedoel ik niet zoals Keith Richards ooit zei: ‘Art? Isn’t that short for Arthur?’
Nee, dan bedoel ik kunst, in al haar gedaantes.
Gelukkige Verjaardag! U bent ook een steenbok en volgens mijn lief komen die goed overeen, steenbokken onder mekaar.
 
Men heeft mij gevraagd naar een stand van zaken, en dat men dat vraagt aan een rockzanger die zijn filmschool nooit heeft afgemaakt … daar zal wel een reden voor zijn, zeker?
Misschien gaat het niet zo goed met de kunst?
Misschien zitten de experts en de intellectuelen inmiddels achter de tralies? Zou zomaar kunnen.
Misschien is het gewoon een saaie boel geworden?
Misschien willen ze weer iets horen over de identiteitscrisis van de kunst, want ze weten: van identiteitscrisissen weet Barman alles.
Tot u spreekt immers een lawaaimaker die van stilte houdt. Een man die nummers van 8 minuten schrijft en niet begrijpt dat die niet op de radio komen. De man die films wil maken maar afgeronde verhalen haat.
Een outsider met een backstage pass.
Een insider met claustrofobie.
Identiteitscrisis? Been there, done that.
Niet vanavond.
 
Dus, hoewel ik me een beetje voel zoals Jean-Marie de Decker die een tennismatch moet komen analyseren, bedenk ik mij dat een ippon toch wel iets van een backhand weg heeft, dat judo ook één tegen één is … en besluit ik dat muzikanten en filmers ook maar kunstenaars zijn. Ook gebonden aan nijpende commerciële verwachtingen, ook ontrouwe minnaars van de verbeelding en de vrijheid, en ook trachten te spreken of te zingen over de wereld waarin ze leven.
En ook, om Walter Swennen te parafraseren, “de wens hebben om dingen te maken die onvoorstélbaar blijven, tot ze er zijn.”
 
We moeten het allemaal doen met de realiteit die ons voorgeschoteld wordt.
En die realiteit, was in 2016, onvoorstelbaar. Tot ze er was.
 
Drie mannen nemen de taxi om onze luchthaven op te blazen en betrekken ons kleine landje réchtstreeks in het Internationale Terrorisme.
Engeland – waar notabene Leicester City kampioen speelt, hoe onvoorstelbaar is dat? – dát Engeland stemt voor Brexit.
Duizenden migranten spoelen aan in Europa en de enige vrouw die dat met enige waardigheid probeert op te vangen, Angela Merkel, wordt bijna gekruisigd.
Racisme is plots weer ‘relatief en ‘ok’ en Donald Trump – een man over wie zoveel is gezegd dat hij de minuut stilte na zijn dood als een persoonlijke belediging zou beschouwen – die Donald Trump wordt opperbevelhebber van het grootste en dodelijkste leger ter wereld.
Pour la petite histoire: Trump heeft ooit geweigerd een portret van hem, geschilderd door Andy Warhol, te kopen voor 500 dollar. Hij vond de kleuren niet passen bij het oranje en roze van Trumptower.
Fair enough.
Maar ik ben een steenbok, en volgens mijn lief zijn die pragmatisch en dus vraag ik: waar staan zij die kunst maken of van kunst houden tegenover al dat geweld?
 
Want dat The Donald niet zo van jou houdt, liefste kunst, dat is niets nieuws. Maar wat het afgelopen jaar duidelijk is geworden, héél duidelijk zelfs, is dat honderden miljoenen andere mensen niet houden van óns: de mensen die wel van je houden.
 
Want zijn wij niet, hier vanavond verzameld, die zogenaamde ‘kosmopolitische elite’?
We leven in een bubbel en zijn de voeling met de onderkant verloren. Wij zijn naar verluidt arrogant, rijk, gebrainwashed, onrealistisch, elitair en drinken frappuccino’s.
Ik drink nooit frappuccino’s!
 
Wat er ook van zij, The Blame Game is begonnen. Een nieuwe muur is gebouwd. De ‘onvoorstelbare’ haat en stigmatisering die is vrijgekomen het afgelopen jaar, in alle richtingen, is ijzingwekkend.
En de zogeheten elites in alle landen zitten met de handen in het haar. Hoe hebben ze dit niet zien aankomen?
Hoe komt het dat het ‘onvoorstelbare’ zomaar realiteit is geworden?
En hun arrogantie wordt, zoals dat gaat, alleen geëvenaard door hun onvermijdelijke zelfhaat.
Want is het niet een beetje waar van die bubbel?
En waarom schiet de ene bevolkingsgroep zo naar boven, en stagneert de andere?
En waar is de solidariteit? Is er wel solidariteit?
En hoe maak je dat dat sociaal drama ook gezien wordt door de arbeiders over wie het gaat? Dat toneelstuk? Dat kunstwerk? Dat artikel?
Moet dat eigenlijk wel?
Toch weer een identiteitscrisis?
 
En na de twijfel en de zelfhaat komt de angst. Omdat we tot onze verbijstering vaststellen dat de geschiedenis niet lineair verloopt. Omdat we terug naar áf lijken te gaan op zovele gebieden. Gebieden die we dachten veroverd te hebben.
En we voelen dat ze peper in hun gat hebben, die populisten. Ze voelen zich sterk en gesterkt. Het is hun tijd.
 
Na 2016, hoe ‘onvoorstelbaar’ is het onvoorstelbare dan nog?
 
En als goede kunst echt maatschappijkritisch moet zijn, zoals Jan Lauwers hier in zijn schitterende speech twee jaar geleden zei, hoe moeten we dan reageren?
Ben je daar wel tegen opgewassen, beste kunst?
 
Nu, het is jouw verjaardag, ik ben de gastheer en het is niet mijn taak om hier je rekening te maken.
Het is niet het moment om nóg eens de commercialisering, de formatisering, de valse alomtegenwoordigheid, de eindeloze definiëring, de glamourizering, de pretentie of de overroepenheid van jou aan de kaak te stellen. Die is evident, naargelang wie er spreekt en wat er gedronken wordt.
 
Jij moet van mij niks, kunst. Buiten mij energie geven. Mij inspireren. Zeker nu. Zeker op dit moment.
 
Hoe? Dat doet er niet toe.
 
Als de uitvinder van jouw verjaardag, de Fluxus artist Robert Filliou, de festiviteiten in 1963 inluidt met het laten vallen van een droge spons in een emmer water, dan zou het equivalent in 2016 een baksteen kunnen zijn. Een baksteen door het vuile raam van de intolerantie.
Of neen, dat is te letterlijk.
Ik zou geen goede kunstenaar zijn.
 
Want ik heb een hekel aan boodschappen. Zoals Polanski zei: “Als ik een boodschap had in mijn films, stuurde ik wel een fax.”
Nee, hier spreekt een romanticus. Hier spreekt een rocker die niet Spinoza maar Nick Cave citeert:
“Some people say it’s just rock and roll, aw, but then it gets you right down to your soul”.
Of als het even mag, een quote van mezelf, “I’m getting more than you think you give.”
 
Kunst is voor mij het onbegrijpelijke, haarfijn onuitgelegd gelaten.
Het is een heerlijke ziekte waarvan de diagnose nooit gesteld wordt. Je voelt het, maar je weet niet wat het is.
 
Ik ben een zoeker die je meer toedicht dan je aankan.
Die je perfect overschat.
Die je misprijzend verafgoodt.
Die je heel traag plotseling ontdekt, met een razendsnel engelengeduld.
Ik ben niet slim genoeg om je door te hebben en niet dom genoeg om gelukkig van je te worden. Maar een spannende relatie hebben we wel.
 
Ik stond laatst voor ‘The Taking of Christ’ van Caravaggio, dat ik vervolgens compleet mis interpreteerde. Er stond zoveel volk naar het schilderij te kijken dat, eens ik me door de meute had geworsteld, ik dacht dat de man die Jezus in een armgreep houdt zijn bodyguard was. Het was Judas. Nog eens zo gek nog niet, want het zag eruit alsof het gisteren geschilderd was. Met Kanye West als Judas?
 
Ik ging naar de Royal Academy, waar ik zodanig rond de oren werd geslagen door slecht belichte Rothko’s en Pollocks dat ik er een abstract expressionistische paniekaanval van kreeg. Maar ik ontdekte er wel Clifford Still.
 
Ik zag een foto in de krant van Helen Martins beeldhouwwerk vervaardigd van huishoudspullen dat ik zo knap en ingenieus en muzikaal vond, dat als ik het werk ooit live zou zien, ik het ga vragen Mauro te komen vervangen bij dEUS.
 
Ik zag een documentaire over de fotograaf Saul Leiter en ik dacht: had zo’n man eens losgelaten op Wilders of Le Pen.
 
Ik zag een expo van Kerry James Marshall en had pas weken daarna door dat wat ik gezien had, ik nog nooit had gezien. Onze zwarte medemens in taferelen waarin ik voordien alleen blanken had zien afgebeeld: aan een barbecue, op een poolparty, op het balkon. Als er dan toch een boodschap in moet, dan graag één van het trage, geniepige soort.
 
Ik zag William Egglestons foto’s voor de eerste keer mét uitleg en nog steeds kon het verhaal achter de foto’s me maar weinig schelen. Want wat zag ik? Geile kleuren, heart en soul, en een tristesse die altijd een mogelijkheid is, maar nooit een optie.
 
Ik zag allemaal dingen die ik nooit meer kan ont-zien.
Die me geraakt hebben en me hopelijk tot mijn betere engelen leiden.
 
Ik zag liefde, poëzie, en concentratie.
Kweenie, maar da’s geen slecht alternatief voor de haat en de onvoorstelbare negativiteit.
Want tegen de lelijkheid van 2016 heeft de kunst geen verweer.
Het ìs het verweer.
 
Wat is mijn punt? Ik heb er geen. Ik heb alleen een vraagteken.
 
Voor mij is kunst niet meer dan een afleiding. Maar wel een afleiding naar een waarheid.
En wat is een waarheid? Dat we mekaar nodig hebben.
Zoals de fantastische journaliste Suzanna Moore zei: “Protest and anger always derive from hope”.
En ik hóóp echt dat we tegen 2017 bestand zijn. Hoe ‘onvoorstelbaar’ dat nu, op dit moment, ook moge klinken.’

Praktische Info

Geen praktische info beschikbaar.

Keywords

Geen keywords beschikbaar.