‘A Bigger Splash’: Tate Modern over schilderijen en performances

Gepubliceerd op: 22 November 2012

Schilderen is dansen

"Mensen zeggen ‘werkelijkheid'. Maar wat ze vergeten, is dat de straten waarlangs ze wandelen in de menselijke verbeelding ontstaan. Dus zijn die straten eigenlijk niet ‘reëel'." Dit citaat van Derek Jarman staat op de muur van de tentoonstelling ‘A Bigger Splash' in Tate Modern. De titel komt van een ‘spetterend' schilderij van David Hockney. Maar wat als een verfrissende plens in de schilderswereld start, deint uit tot een stilstaand water.

Soms zijn tentoonstellingen pretparken voor kunstliefhebbers. Zo ogen ook de eerste zalen van de tentoonstelling in Tate Modern London die haar naam ontleent aan een werk uit 1967 van David Hockney. In 1973 werd er een documentaire over gemaakt. Een half fictieve film over een Californische villa met zwembad en jongelui waarmee Hockney zo verguld was. Zijn eigen schilderijen hingen als decoratie op de provisoire opnameset. Het is een surrealistische, meesterlijke ‘Spielerei' met illusie en kunstmatigheid. Hockney die constant wentelt en kantelt: "Wanneer je een ‘splash', een plons in het zwembad fotografeert, dan bevries je een moment en wordt het iets anders. Ik ben me ervan bewust dat een plens nooit op dezelfde manier in het werkelijke leven wordt gezien, want het gebeurt zo vlug. Dat vond ik grappig, dus schilderde ik het op een erg, erg slome manier."

Naoorlogse artiesten keken vanuit een alternatief perspectief naar beeldende kunsten. Soms averechts, dat is duidelijk in de selectie van een veertigtal grote namen in schilderkunst, fotografie, video, performance... Of hoe nieuwe media in de jaren 50,60 en 70 het oude metier een nieuw elan gaven.
"Ik wil (mijn) schilderijen doen bloeden", poneerde Niki de Saint Phalle en daarmee kerfde ze in haar eigen ‘Ah! La Jeunesse'. Op een doek kleefde ze plastieken zakjes vol verf die ze bedekte met witte plaaster. Dan richtte ze haar karabijn en schoot haar eigen werk kapot. Schilderen als een vorm van psychoanalyse. Het doen werd nog belangrijker dan het afgewerkte product: zo ook voor de Japanse Gutai Art Association of voor de Italiaan Pinot Gallizio die voor zijn ‘Industrial Painting' op een grote rol modellen gebruikte. Yves Klein - dat is bekend - gebruikte vrouwen als penselen; hun lichamen werden blauw geverfd en dan rolden de mannequins zich over het canvas. Jammer dat zo'n doek niet op de tentoonstelling hangt. Naast een film van dat vrouwelijk rollebollen, is enkel een ‘IKB79' te zien. Dat wordt - in dit kader - een monotoon doek.

Vrouwen
Het is overigens opmerkelijk hoeveel vrouwen die naoorlogse scène van ‘Action Painting' innemen. En dat zijn niet uitsluitend de bekende namen als Cindy Sherman die ook haar leven als achtergrond of levend doek gebruikt. Helena Almeida leeft in haar ‘Inhabited Painting' (1975) maar ze veegt haar eigen beeld/gezicht telkens weer weg. Eleanor Antin vervangt in ‘Representational Painting' (1971) de verfborstel door lipstick en mascara. Olijk maar ook wrang is de video (getoond in Venetië) van Sanja Ivekovic. In ‘Make Up-Make Down' registreert de Kroatische de perceptie van de vrouw in communistische regimes; de nadruk - nog altijd - op schoonheid, plus de rituelen van het opmaken en dat met een erotische, ironische knipoog. Valie Export werd in 1967 de persoonlijke heruitvinding van de combattieve en feministische Waltraud Höllinger en haar reeks ‘Identity Transfer'.
Vele van deze kunstuitingen zijn inderdaad een zoektocht naar identiteit, niet alleen van vrouwen of van transgenders. Dat is ook voor de toeschouwer een boeiend kijkproces. Maar zo (soms schaamteloos) erotisch, speels, ‘egotisch', verrassend, dynamisch de eerste vijf zalen van de tentoonstelling zijn, zo saai, droog, abstract, cerebraal, autistisch en in zichzelf gekeerd zijn de volgende negen zalen die telkens gewijd zijn aan één enkele artiest. De bordkartonnen decors van de opstellingen schreeuwen om actie, om leven, om performances die de lont aan het vuur steken. Maar nee.
In de laatste zaal levert Lucy McKenzie haar ‘trompe l'oeil'-wandschilderingen af. Om deze artisanale techniek onder de knie te krijgen, kwam ze naar Brussel studeren. Haar illusoire wereld werd gebruikt in de film ‘Abracadabra 2013', maar veel spookachtigs heeft het niet om het lijf. Het blijft decoratie, zoals het bedrijf dat McKenzie ook runt. Te licht bevonden, zoals ook de magere catalogus waarvoor Chris Dercon, de Vlaamse directeur van Tate Modern, kritiek in de Britse pers kreeg.
Het begint met een verfrissend bad in de verfspetters van een krachtige Jackson Pollock die speciale boots aantrekt om te gaan dansen - pardon schilderen - op zijn doek ‘Summertime' (1948). Het eindigt met een koude douche. Wakker ben je als toeschouwer wel.

Eliane VAN DEN ENDE

 

Praktische Info

‘A Bigger Splash: Painting after Performance', tot 1 april 2013 in Tate Modern, Bankside in London, www.tate.org.uk

Keywords

Geen keywords beschikbaar.