Berenice Abbott in Jeu De Paume Parijs

Gepubliceerd op: 1 April 2012

Een eeuw vrijgevochten pionierswerk

Nog tot 29 april loopt in het Parijse fotomuseum Jeu De Paume een geslaagde retrospectieve met werk van Berenice Abbott (1898-1991), een fotografe met een missie die haar non-conformistische persoonlijkheid gebruikte om de wereld rond haar te documenteren en, jawel, op te voeden.

De loopbaan van de veelzijdige fotografe kan grofweg opgedeeld worden in drie episodes, die op de expo chronologisch aan bod komen. Eerst krijgt de bezoeker de portretten te zien die ze onder supervisie van Man Ray in de jaren twintig schoot van de Parijse kunstenaars en intellectuelen. Daarna volgen de beelden van straten, pleinen en gebouwen, veelal wolkenkrabbers, die ze tijdens de Grote Depressie in New York maakte. En van het inmiddels verdwenen architecturaal erfgoed, dat ze aansluitend tijdens haar reizen door de Verenigde Staten vastlegde. In de jaren vijftig voegde Abbott nog een opmerkelijk postscriptum toe aan haar carrière toen ze ging werken voor het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en de prille technologische vooruitgang vereeuwigde. De ruim 120 foto's en een aantal nooit eerder vertoonde boeken en documenten geven een correcter beeld van een carrière die al te snel wordt samengevat door enkele zwart-witbeelden van de hoogbouw in New York.

Abbott arriveerde rond haar twintigste in NY vanuit Columbus, Ohio. Als dochter van een gescheiden moeder had ze Jane Eyre gelezen en was ze toen al het archetype van de zelfstandige vrouw. In eerste instantie wilde ze journalistiek studeren, maar omdat ze de ‘business ethiek' van de stad niet geschikt vond voor de vrijgevochten vrouw die ze was (of wou zijn) nam ze in 1921 de boot naar Europa. Toen ze in Parijs aankwam had ze 6 dollar over. Ze werd er het hulpje van de avant-gardistische Amerikaanse fotograaf Man Ray, die zich net als vele andere kunstenaars al langer in Parijs gevestigd had. Haar eerste foto's nam ze op aanraden van Man Ray tijdens haar lunchpauze. Maar al gauw opende ze haar eigen fotostudio en poseerde de fine fleur van de Franse artistieke scène voor haar lens.
Op de expo zien we sobere, vaag door het Surrealisme beïnvloede zwart-witfoto's van o.a. Eugène Atget, Marcel Duchamp, James Joyce en Jean Cocteau. Zonder decor focussen ze op een blik, een houding of kunstzinnige details, zoals een sigaret of een hoed. Gewapend met een toen nog revolutionair driepootstatief maakte ze compromisloze beelden die door hun speelsheid en seksuele ambiguïteit koketteerden met de heersende moraal.

Amerikaanse ziel
In een interview met het weekblad Time zou ze later nochtans afstand nemen van die beginperiode, waarin ze zich uitsluitend toelegde op portretten. "De huizen van mensen vertellen zoveel meer over hen dan hun neuzen," klonk het. Ten tijde van die uitspraak zat de fotografe middenin het project waarvoor ze naar de VS was teruggekeerd. ‘Changing New York' was een initiatief van de overheid om de economische crisis te counteren en wilde de veranderingen van een snel evoluerende stad documenteren. De urbane metropool kwam stilaan tot volle wasdom en voor de contrasten tussen oud en nieuw definitief verdwenen waren, moest iemand ze vastleggen voor het nageslacht. Abbott lobbyde lang voor de opdracht en reef ze ook binnen. "Het tempo van de metropolis is niet dat van de eeuwigheid, of zelfs maar van de tijdelijkheid, maar van het moment dat nu al aan het vervagen is", luidde het in haar eigen woorden. Illustratief voor deze ‘vanishing instant' zijn de drie foto's van het Rockefeller Center: in 1930 fotografeerde Abbott de ruwbouw zodat je er dwars doorheen kon kijken, in 1935 het afgewerkte gebouw, en in 1938 de parking, vol met wagens die we nu oldtimers noemen. Om die metamorfose was het zowel de Amerikaanse regering als Abbott te doen.
Hoe nauwgezet de fotografe tewerk ging zie je aan de tentoongestelde ‘scrapbooks', waarin ze secuur buurten als de Lower East Side, The Waterfront, Chinatown en Midtown als het ware inventariseert, om zeker te zijn dat ze niets zou vergeten: zowel arme als rijke buurten passeerden de revue, een familieportret voor een verpauperd huis, etalages van kruideniers en het zakenkwartier in Wall Street. Om het bekende ‘Nightview' op Manhatten te maken waren jaarlijks maar een beperkt aantal dagen geschikt, want het moest voor 17 uur gebeuren, als iedereen nog op kantoor was, en het nemen van de foto zelf nam in 1932 een kwartier in beslag.
Eigenlijk zou de fotografe voor de foto's uit reeksen over het zuiden van de VS (1935) en over Route 1 (1954), waarin ze de Oostkust fotografeerde, precies op dezelfde gefocuste manier te werk gaan: haar aanpak zou alomvattend en gedetailleerd zijn, in een poging om de hele Amerikaanse beschaving, ziel of ‘scene', zoals ze het zelf noemde, te bestrijken.

Perfecte boog
Pas in de laatste episode van haar leven zou deze pedagogische ambitie gekruist worden met een meer prominente esthetische beweging. De abstracte foto's die Abbott voor het MIT in Cambridge, Massachusets maakte lijken wat op fotogrammen uit de jaren twintig. Ze legde de perfecte boog vast die een opstuitende golfbal volgt, en fotografeerde hoe, naar Galileo's experiment, objecten van verschillende massa in hetzelfde tempo naar beneden vallen. Het resultaat werd gebruikt om de complexe concepten en de onzichtbare wetten van de mechanica te illustreren en was zinvol ter popularisering van de wetenschap. Maar wat toen veel minder opviel was hoe Abbott door inventief te zijn met materialen - vaak moest ze haar fotoapparaten zelf ontwerpen - opnieuw in de avant-garde was beland, met als gevolg visueel erg aantrekkelijke beelden. Ook al was het doel heilig, het plezier lag voor haar eens te meer in de creatie, in het fotograferen zelf. Dat die initiële verwondering ook in het resultaat zat, was niet meer dan een opsteker voor een bijzonder zelfstandige vrouw, die zich bijna een volle eeuw meer dan staande hield in een mannenwereld. En ook al blijkt uit de op de expo vertoonde documentaire dat ze zich een eenzaat voelde, ze is wel overal geweest: "Nice girls don't go down the barnyard. I'm not a nice girl, I'm a photographer, I go everywhere."

Tom PEETERS

 

 

Praktische Info

‘Berenice Abbott (1898 -1991) - Photographs' tot 29 april in Jeu De Paume, 1 Place de la Concorde, Parijs, FR. Open di van 11-21u, wo-zo van 11u-19u.
www.jeudepaume.org

Keywords

Geen keywords beschikbaar.