I.M. Philippe Van Snick (°1946)

Gepubliceerd op: 13 July 2019

Naar aanleiding van het recente overleden van kunstenaar Philippe Van Snick vroegen we recensent Koen Van Synghel een laatste groet te brengen aan de door hem bewonderde kunstenaar.

 

In april spraken Philippe Van Snick en ik elkaar voor het laatst in zijn huis in Schaarbeek. Een paar dagen daarvoor zou hij in het S.M.A.K. de publicatie ‘Huis [House]’ bij Posture Editions voorstellen. Maar hij moest verstek geven. De diagnose werd niet publiek gemaakt, maar een verwoestende kanker had zich aangekondigd. De dokters gaven hem een jaar. Op donderdag 4 juli, amper vier maanden later, moest Philippe Van Snick in het gezelschap van zijn geliefden gedwongen afscheid nemen van het leven.

Op 1 april was de diagnose gemaakt, de behandeling moest nog worden bekeken. 

Philippe sprak minzaam als altijd, we lachten. Hij had zelfs tijd om te luisteren. Hij loodste me naar zijn tuin, toonde zijn bonsaïs die hij al 30 jaar lang snoeit en koestert. Ik gaf hem een paar zaadjes cadeau die ik plukte in Japan van een yuzu, een Japanse citrusboom. Japan gaf een wending aan zijn werk. In een interview zei hij ooit dat het hem opviel dat het ego achterwege blijft in de Japanse kunst. Ik vraag me nog steeds af of hij daarmee niet over zijn eigen streefdoel sprak. Kunst maken voorbij het ego. 

Het is een nobel doel, en het siert van Van Snick.

Dat uitwisselen van zaden en planten deed hij met meer mensen. Zijn buur, maar ook met personen uit de museumwereld. Philippe Van Snick ‘man of flowers’ zou ooit nog Manfred Jade kiezen om er een dubbeltentoonstelling mee te maken, omdat hij gefascineerd raakte door diens foto’s van bomen en planten. Terwijl hijzelf in een tijd dat Sarajevo aan flarden werd geschoten, ondanks de waanzin van de oorlog, de schilderkunst haar bestaanrecht wou bevestigen, door te schilderen, door kleuren te mengen. Door zijn signatuur te zetten om het moment van het schilderen te tonen, vast te houden. Signeren, en toch het ego voorbij.

Ooit heeft Philippe Van Snick nog eens het leven van een bloemist geleid. Of althans hij was de partner van een bloemiste. Een speling van het lot. Maar het mysterie achter de bomen, de planten die met het ritme van de seizoenen zichzelf heruitvinden zie je gewoon doorzinderen in de kunst van Philippe Van Snick.

In april spraken we over ruimte, licht, kleuren, ja natuurlijk ook over het zwart en blauw – de kleuren van de nacht en dag- en meer bepaald over zijn kunstintegratie voor het toekomstige omroepgebouw. 

Zijn bijdrage aan het omroepgebouw van de architecten Robbrecht & Daem, DierendonckBlancke én de editie van Posture Editions waren een mooie aanleiding om te peilen naar de ruimte en de verscholen architectuur in zijn werk. Die laatste ontmoeting leidde tot een verhaal over Kunst of architectuur? in HART #191. 

Vandaag lijkt die tekst al een soort in memoriam. 

Alhoewel.

Tot een paar dagen voor zijn overlijden legde Van Snick nog de laatste hand aan “Philippe Van Snick, The Project”.  Een intimistisch boek waarin hij, zonder tijdslijn, met eigenhandige foto’s en teksten geschreven door getrouwen uit de kunstwereld, het ontstaansproces schetst van zijn werk als beeldend kunstenaar. Het boek wil vooral tonen hoe zijn werk steeds weer voortvloeit uit andere werken, en hoe met de chronologische tijd aan de haal gaat om momentums te creëren zoals alleen in de tijd van Kairos mogelijk is. 

Met The Project schenkt Philippe Van Snick ons voorbij de dood een ultiem cadeau. Het lijkt wel alsof hij met dat postume boek zijn eigen in memoriam en tombeau heeft willen verzorgen. 

The Project moet je immers interpreteren als ‘levensproject’, want het boek brengt een oeuvre dat altijd onlosmakelijk verbonden is geweest met het huis en de tuin in Schaarbeek, de straat, het leven tout court.   

Het is wat vreemd om een in memoriam (= in herinnering) te schrijven over een kunstenaar die uitgerekend de herinnering als herhaling of herneming koesterde in zijn werk. Hij kon dit omdat hij op een vanzelfsprekende manier het mysterie van de natuur kende en integreerde in zijn kunst waar met de gang der seizoenen de dingen worden herboren. Voor elke plant die sterft komen er één of meerdere terug, hetzelfde, maar nooit gelijk. 

In het boek The Project is een interview terug te vinden van Koen Brams met Philippe Van Snick, over het werk Ping Pong in 1972. Philippe Van Snick koos dit werk zelf uit omdat het veel dimensies van zijn kunst raakt. Er is het spel, waarvan de regels vast staan en de vorm voorspelbaar is, maar eigenlijk wordt een spel nooit op dezelfde manier gespeeld. Ping Pong ontstond op het hoogtepunt van de zogenaamde Pingpongdiplomatie die door toedoen van Mao Zedong en Richard Nixon de toenadering inleidde tussen China en de Verenigde Staten. Van Snick hernam en actualiseerde dit werk in 2017 als Ping Pong Revisited voor een overzichtstentoonstelling in het M HKA door op foto’s uit 1972 zijn eigen ontwikkelde palet van tien kleuren aan te brengen, waaronder zijn typerend blauw en zwart.

Dat blauw en zwart is -zoals voor velen- ook voor Philippe van Cauteren, het eerste dat hij zich herinnert toen hij voor het eerst in contact kwam met het werk van Van Snick. Maar finaal is het de houding van de kunstenaar als een manier van in het leven staan die blijft hangen: “1987 was het, Galerij van de Akademie van Waasmunster, de eerste keer dat ik jouw werk ervaren heb. Zoals elke herinnering is ook deze vervaagd, maar na meer dan dertig jaar ook gebleven. Twee stapels vellen papier, zwart en blauw, dag en nacht. Twee volumes alsof het sculpturen zijn, maar het is een inventaris van geleefde en geleende tijd, van een kosmisch vervellen. Het voorlopige een aanwezigheid geven vanuit een accurate en ingehouden blik, zo denk ik er vandaag over. De installatie ‘3650 dagen / 3650 nachten’ bladert als een boek, tijd en ruimte gecomprimeerd, onthecht gedacht. Jaren later heb ik ontdekt dat tussen die dagen en die nachten zich een oeuvre opspant dat een rigoureus gereduceerd vocabularium als methode hanteert om de kunst en de wereld te bevatten. Vorm en kleur als geleiders om het on- zichtbare zichtbaar te maken, om ons geconditioneerde kijken te bevrijden van wenselijkheden en om te vormen tot wezenlijkheden. Hoe vaak wordt niet gezegd dat kunstenaar zijn een houding is, een manier van in het leven staan. Het zijn slechts enkelingen die dit waarmaken, die consequent en compromisloos elke dag opnieuw oefenen. Want dat is het, oefenen, vanuit de ervaring elke dag opnieuw aftasten wat die houding als kunstenaar betekent in een veranderende wereld. Jij bent die enkeling die toeval en twijfel, chaos en orde, met vrijheid en schoonheid begrenst.”

Philippe Van Cauteren schreef deze ode aan (en voor) Philippe Van Snick voor het postume boek  “The Project”, wat meteen het oude gezegde Ars Longa, Vita Brevis tastbaar maakt.

Brussel, juli 2019

Koen VAN SYNGHEL

Praktische Info

Geen praktische info beschikbaar.

Keywords