‘La Triennale’ wil vooral Parijs op de kaart zetten

Gepubliceerd op: 1 April 2012

Op de derde editie van de Parijse Triennale, dit keer niet in het Grand Palais maar in het gerenoveerde Palais de Tokyo, treden de curatoren op als etnografen van de kunst. Je kunt de expositie - volgens sommigen een uitstalling - ‘lezen' als ‘een cartografie van de kunst'. De tentoonstelling verkent, langs een tijdslijn, de manier waarop etnografen en kunstenaars tegen de wereld aankijken. De kunstenaar, zegt Nicolas Bourriaud in de vuistdikke catalogus, is een ‘semionaut', die reist door een wereld van tekens en die als een etnograaf rondkijkt en de wereld ontcijfert. Met ‘Intense Proximité' brengt Okwui Enwezor, artistiek leider van de Triennale en directeur van het Haus der Kunst in München, wat ver is dichterbij en vervreemdt wat nabij is.

Paul DEPONDT

De expositie ‘Intense Proximité', waarmee Parijs zich internationaal en artistiek sterk wil positioneren, plaatst de Franse kunst in een ruime cartografie. De kunstenaars krijgen het gezelschap van de etnografen, omdat kunstenaars wellicht op eenzelfde manier te werk gaan: ze verkennen, beschrijven, deconstrueren, analyseren en interpreteren de wereld of hun omgeving, ze distilleren uit waarnemingen hun beelden zoals etnografen aantekeningen maken en archiveren om vervolgens inzicht te krijgen in de zeden, gewoonten en opvattingen van ‘de ander'. De enen brengen wat ver is dichterbij, de anderen vervreemden wat nabij is. In wat ze in kaart brengen, overschrijden ze geografische grenzen en zetten ze hun oordelen op losse schroeven.
Frankrijk kent een grote etnografische ‘traditie': in Parijs werd in 1839 de eerste Société Ethnographique opgericht, je had er memorabele etnologen en antropologen zoals Claude-Lévi-Strauss, Marcel Griaule, Michel Leiris. De tentoonstelling is opgebouwd vanuit die traditie. Er zijn foto's en documenten te zien van etnologen of antropologen: Jean Rouch, Pierre Verger en Lévi-Strauss. Maar ook research van kunstenaars: de installaties van Georges Adéagbo, waarin hij allerlei voorwerpen en knipsels op de wanden en de vloer etaleert, zijn etnologische ‘bazaars of meaning'; Terry Adkins verkent de Noordpool; Carrie Mae Weems analyseert het beeld van de slavernij. Er is ontegenzeglijk verwantschap, de etnografie en de kunst schurken op de tentoonstelling tegen elkaar aan. Soms nabij, soms veraf.
Er is een tijdslijn: de expositie vangt aan met ‘Voyage au Congo' van de schrijver André Gide, geboren in 1869, en eindigt met werk van de Roemeense kunstenaar Mihut Boscu, geboren in 1986. Over drie verdiepingen van het Palais de Tokyo is een slopende bric à brac bij elkaar gestouwd. Je kunt die grote sortering ervaren als een ‘accumulatie van voorwerpen en documenten', die door het curatorenteam zijn bijeengebracht en geëtaleerd als een kunstzinnige kakofonie; je kunt het ook zien als een opeenstapeling van diverse ideeën en verschillende beelden, die soms nabij zijn en herkenbaar, of veraf en ontregelend. Er staan in het gebouw hoge hekkens, die de Triennale afscheiden van andere exposities in het Palais de Tokyo. Dat verhoogt het benarde gevoel in een door de curatoren opgezette cartografie, de verwarrende plattegrond van de tentoonstelling. Hier kozen de curatoren voor vergaande meervoudigheid: de kunstwerken lijken elkaar te bevechten.

VERBORGEN AGENDA

Het team van Enwezor (Mélanie Bouteloup, Abdellah Karroum, Émilie Renard en Claire Staebler) speurde naar verwantschap en verschil, naar culturele eigenheid en multiculturele vervlechting, naar de fricties en de spanningen in een complexe wereld. Handel, oorlogen en kolonisatie, maar vooral ook de ‘globalisatie' na de dekolonisatie, heeft de verhoudingen met ‘de ander' - die vroeger als ‘vreemd' en ‘veraf' werd ervaren - ingrijpend veranderd. Dat liet ook in de beeldende kunst zijn sporen na. In het catalogusboek (deels een anthologie, deels een beeldcataloog - vandaar ‘catalogusboek') en in de ‘Journals' die tijdens de tentoonstelling vijf keer verschijnen, herinnert Enwezor aan twee markante exposities: ‘Primitivism in 20th-Century Art: Affinity of the Tribal and Modern' in het New Yorkse Museum of Modern Art (1984) en ‘Magiciens de la terre' in het Centre Georges Pompidou en het Parc de la Villette in Parijs (1989).
Die spraakmakende tentoonstellingen hebben de gangbare museale methodologie, maar vooral ook de westerse ‘cartografie van de kunst', helemaal door elkaar geschud. Curatoren gingen voortaan uit van een geheel nieuwe ‘geografie van de kunst'. De curator, schrijft Enwezor, is ‘a creature of wanderlust', die net zoals de etnograaf of ontdekkingsreiziger een ‘intellectuele duizeling' doormaakt als hij het bekende land (zijn eigen oordelen en vooroordelen) verlaat en kiest voor het onbekende. Die duizeling is, met werken van Lothar Baumgarten, Daniel Buren, Sarkis, Michael Buthe, Chantal Akerman, Thomas Struth, Dominik Lang en nog meer dan honderd andere kunstenaars, de essentie van ‘Intense Proximité': het gaat om het ‘désapprendre', zegt Enwezor in Le Journal de la Triennale #1, "om het in vraag stellen en herdenken van onze waarden en oordelen". Maar speelt hier geen verborgen agenda mee? Wil de Triennale niet vooral Parijs als kunststad weer op de kaart zetten?

THAISE SOEP

Er werden kosten noch moeite gespaard om dit te bereiken. Rirkrit Tiravanija preludeerde op de opening van de Triennale met een eenvoudig banket in het Grand Palais waarop een kommetje Tom Ka Kai-soep werd opgediend. Met zijn performance ‘Soup/No Soup' verkende en sloopte Tiravanija, zo luidt het, "de scheidslijn tussen de kunst en het werkelijke leven". Op de gevel van het musée Galliera, het modemuseum tegenover het Palais de Tokyo dat momenteel wordt verbouwd, prijkt een metershoog werk van El Anatsui. In het Louvre worden museale wandelingen georganiseerd langs beelden, schilderijen en afbeeldingen van slaven uit de voormalige Franse kolonies. Er zijn projecten op andere plekken in Parijs, ook in de banlieues, er zijn filmsessies, concerten en lezingen. Met een grote verscheidenheid aan initiatieven wil La Triennale Parijs op de wereldkaart van de hedendaagse kunst en cultuur positioneren.
Okwui Enwezor werd als artistiek leider vooral aangetrokken om de Triennale en de Franse kunst in een bredere en globalere context te plaatsen. Met de vernieuwde Triennale en het gerenoveerde Palais de Tokyo wil Parijs - ‘Le Grand Paris' - een prominente plaats verwerven in het rijtje ‘kunststeden'. In een rapport dat op vraag van Nicolas Sarkozy door Daniel Janicot is samengesteld, worden de krijtlijnen van het culturele Parijs uitgezet. "Le Grand Paris sera culturel ou ne sera pas." Volgens Janicot, die al ruime museale ervaring heeft, is er na de strijd tussen staten en tussen multinationale bedrijven nu een concurrentiële strijd tussen de metropolen. Parijs moet vooral niet indommelen. Hij wil meer grootstedelijke uitstraling.
Parijs moet hoger in de ‘ranking' van wereldsteden, het moet een bruisender nachtleven krijgen, en de stad moet gastvrijer zijn en bevrijd worden van angsten en onveiligheidsgevoelens. Parijs verbergt de vreemdeling, Londen of Berlijn - zegt Janicot - exploiteren kennelijk ongedwongen hun multiculturele samenleving. La Triennale, met zijn krachtige bewoordingen over ‘nabij' en ‘veraf', ook in het vuistdikke catalogusboek met geschriften van prominente etnologen, antropologen, kunsthistorici en filosofen, moet als het ware van Parijs weer een onbetwiste ‘Capital of the Arts' maken.

 

 

Praktische Info

‘La Triennale - Intense Proximité' tot 26 augustus in het Palais de Tokyo, avenue du Président Wilson 13, Parijs, FR. Open wo-ma van 12-24u. www.latriennale.org

Keywords

Geen keywords beschikbaar.