Vooraf H ART #155

Gepubliceerd op: 21 April 2016

Kunstenpunt, het door de Vlaamse overheid opgerichte steunpunt voor de hele Vlaamse kunstscene, heeft zonet een ‘Studie over Vlaamse promotiegaleries en Vlaamse kunstenaars met galeries in binnen- en buitenland (2005-2015)’ klaar, van de hand van projectmedewerker Simon Leenknegt. De studie kwam net te laat om in deze H ART al uitgebreid over te reflecteren, maar toch dit al. Zeker nu de galeries in the picture staan, met de kunstbeurzen Art Brussels en Independent die nu openen (zie de Art Brussels-bijlage), en waar zoveel Vlaamse en Brusselse galeries aan deelnemen.

Voor de duidelijkheid: met ‘promotiegaleries’ worden die galeries bedoeld die niet zomaar hun ruimte verhuren aan elke kunstenaar die ervoor wil betalen, maar die als actief bemiddelaar optreden tussen kunstenaar enerzijds en kopers, verzamelaars, musea, curatoren, critici enzovoorts anderzijds. De studie bestrijkt de periode 2005-2015, waarbij 87 galeries in Vlaanderen en Brussel in aanmerking kwamen. In die tien jaar stopten 23 galeries, 64 zijn dus nog actief. Ter aanvulling: sinds 2015 zijn er nogal wat nieuwe galeries bijgekomen, zeker in Brussel en in mindere mate in Antwerpen, maar die komen in aanmerking voor een opvolging van dit onderzoek.

Brussel telt 44 van dergelijke promotiegaleries, Antwerpen 25, Gent 6, Knokke 5, de rest is verdeeld over het land. Negen van de 44 Brusselse galeries zijn eigenlijk filialen uit het buitenland, vooral uit Parijs en New York. En, ook in Brussel: de voorbije jaren is er de opmerkelijke verhuis van heel wat galeries naar de buurt van de Louisalaan in Elsene (en in mindere mate de Regentschapsstraat in Brussel), waarbij de ooit populaire Dansaertwijk intussen helemaal leegliep.

De 87 onderzochte galeries vertegenwoordigen 1785 kunstenaars, onder wie 562 Vlamingen en Brusselaars en 1223 buitenlandse en sommige Waalse. Die galeries namen en nemen deel aan heel wat kunstbeurzen, vooral Art Brussels (77 galeries), FIAC in Parijs (25), Art Basel (20) en verder Art Rotterdam, Art Basel Miami, Frieze New York en Londen, Arco Madrid, Art Cologne, Armory Show New York enzovoorts. Om maar te zeggen: de Belgische galeries zijn op nationaal, mar ook internationaal vlak redelijk actief.

Een ander punt: Kunstenpunt heeft 633 Belgische beeldende kunstenaars in zijn databank zitten, van wie 324 minstens één galerie als toevluchthaven hebben. 309 kunstenaars hebben dus géén galerie, en dat is toch wel een hallucinant cijfer. Want naast die 633 kunstenaars zijn er nog duizenden anderen.

Kunstenpunt besluit dan ook (voorzichtig): de Belgische galeries zijn redelijk sterk in diversiteit, Brussel is een trekker maar Antwerpen is ook belangrijk, overheidssteun voor internationale marktontwikkelingen en voor deelname aan buitenlandse beurzen is onmisbaar, de galeries moeten meer samenwerken bij het verkennen van nieuwe markten, en het uitbouwen van internationale netwerken is essentieel.

Uit de cijfers valt ook te lezen: heel veel kunstenaars geraken niet aan/in een galerie, wat het succes verklaart van artist’s driven of pop-up-initiatieven, waarbij ze zelf het heft in handen nemen, vaak niet zonder succes overigens.

In die context is het essay belangrijk dat Bart De Baere (M HKA) en Philippe Van Cauteren (S.M.A.K.) schreven over de toekomst van de hedendaagse kunstscene in Vlaanderen (ook Brussel en Nederland kunnen hier lessen uit trekken): het zit als tweede bijlage in dit H ART-nummer. De Baere en Van Cauteren pleiten voor onafhankelijke kenniscentra die, los van de waan van de dag, reflecteren over de rol van hedendaagse beeldende kunst in onze samenleving. Dit essay kan en moet voer zijn voor verdere discussies. Want dat is wel duidelijk: er is een enorm potentieel, maar het moet echt professioneel aangepakt en geïmplementeerd worden. En dus is de oproep: minister van cultuur Sven Gatz, informeer je, analyseer en trek de goede conclusies, wars van de platte cijferretoriek.

Marc RUYTERS